Behandelingen

Buigpeesletsel

Om de ernst en dreigende complicaties van buigpeesletsels goed te kunnen begrijpen is enige kennis van de anatomie van de hand noodzakelijk.

Door elke vinger lopen aan de palmzijde van de hand twee (buig) pezen. In de vinger spreken we van een zogenaamde oppervlakkige en diep buigpees, omdat de oppervlakkige pees over de diepe pees loopt. Beide pezen worden in de vinger omgeven door een gezamenlijke buigpeeskoker. Om de vinger goed te kunnen buigen, is het belangrijk dat beide pezen gemakkelijk ten opzichte van elkaar bewegen, maar ook dat zij soepel door de buigpeeskoker glijden. Deze twee voorwaarden komen in gevaar na een operatie voor het herstel van een buigpeesletsel.

Zoals u uit ervaring bekend zal zijn, ontstaat er altijd in meerdere of mindere mate littekenweefsel na een verwonding. Het is juist de vorming van dit littekenweefsel dat zoveel problemen kan veroorzaken. Het littekenweefsel veroorzaakt verklevingen tussen de oppervlakkige en diepe buigpees of tussen de buigpezen en de omhullende buigpeeskoker.

Indien er teveel littekenweefsel ontstaat, dan zullen de pezen onvoldoende ten opzichte van elkaar en/of ten opzichte van de buigpeeskoker kunnen glijden, waardoor de vinger niet meer volledig gebogen en gestrekt kan worden. Om dit te voorkomen moet u zelf zeer actief zijn in de revalidatieperiode.

Nazorg

 Na de operatie wordt een spalk aangemeten door de handtherapeut. De spalk beschermt de gehechte pees maar laat bewegen toe zodat de gehechte pees veilig kan glijden en nieuw gevormd litteken weefsel geen verklevingen veroorzaakt van de pees waardoor deze vast kan komen te zitten.

De eerste 4 weken wordt binnen de spalk voorzichtig bewogen onder leiding van de therapeut. Strikte instructies zullen worden gegeven gedurende de eerste 4 weken. U zult 5x per dag moeten oefenen en elke week worden de oefeningen uitgebreid.

De spalk mag de eerste 4 weken NOOIT af worden gedaan, behalve door de therapeut. Er mogen behalve de oefeningen absoluut geen andere activiteiten worden uitgevoerd met de aangedane hand.

Vanaf de 4e week zal de spalk gedurende 2 weken langzaam worden afgebouwd waarbij steeds meer bewegen van de aangedane vinger wordt toegestaan. Tot aan de 8e week wordt de belastbaarheid van de pees opgebouwd. Er mag tot aan de 8e week NOOIT hard worden geknepen of zwaar worden getild. De eerste 8 weken mogen de vingers absoluut nooit met kracht recht worden geduwd met de andere hand, behalve zoals door de therapeut uitgelegd.

Vanaf de 8e week wordt de hand weer langzaam gebruikt voor activiteiten in het dagelijks leven. Ook wordt weer met weerstand geoefend en mag de hand weer worden gebruikt bij zwaardere taken.

Als er sprake is van lichte werkzaamheden dan kan er al bij 8 weken worden gestart met werken, maar patiënten met zwaarder werk zullen moeten wachten tot na de 12e week.

Als u gedurende de eerste 12 weken niet de instructies volgt van de therapeut en uw arts, dan kan de pees knappen waardoor er opnieuw moet worden geopereerd. Wees dus voorzichtig met douchen, aankleden, deuren openen, boodschappen doen, dat u nooit de hand gebruikt. En u moet vooral nooit naar het goed bedoelde advies luisteren van uw vrienden om in een balletje te knijpen. Dit is absoluut uit den boze. De herstelde pees is veel zwakker dan een normale pees en het duurt tot zeker 12 weken voor de pees weer bijna net zo sterk is als voor de operatie

Vanaf de 12e week mag in principe weer gewoon aan het arbeidsproces en sporten worden deelgenomen.

Bel mij terug